• Meer weten
  • Nieuws
  • Nieuws
  • Contact
  • Contact

Home


Verzoek aan premier Rutte wegens mevrouw Takbar

11-06-2015

Een aantal mensen hebben premier Rutte verzocht om mevrouw Takbar te helpen. Haar zoon is overleden na mishandeling door kolonisten en zij heeft hem nog niet kunnen begraven door tegenwerking van de bezettingsmacht.

Aan: Minister-president M. Rutte
Binnenhof 19
2513 AA 's-Gravenhage



Den Haag, 9 juni 2015


Excellentie,



Wij schrijven deze brief om uw aandacht te vragen voor de uitzonderlijke en ernstige situatie waarin Takbar Haddi verkeert. Zij is een Saharaanse vrouw die op 15 mei een open hongerstaking is begonnen voor het Marokkaans consulaat in Las Palmas op de Canarische Eilanden, omdat haar zoon, de 21-jarige Mohamed Lamin Haidala, is gedood door Marokkaanse kolonisten in El Aaiún, de hoofdstad van West-Sahara die wordt bezet door Marokko.

Op 31 januari 2015, rond 21:00 uur, gooiden Marokkaanse kolonisten, die een winkel hebben naast het huis van Mohamed Lamin's grootouders, stenen naar hem. Toen hij daar woedend op reageerde werd hij aangevallen, geslagen en geschopt. Een van de kolonisten stak hem in de hals met een schaar, waarna Mohamed het bewustzijn verloor.

Volgens zijn moeder nam de politie meer dan een uur de tijd om proces-verbaal op te maken van het incident, terwijl de jonge man al die tijd lag te bloeden op de grond. In het ziekenhuis werden zijn verwondingen gehecht zonder verdoving en zonder te desinfecteren. Daarna werd het slachtoffer twee dagen vastgehouden op het hoofdbureau van politie. Hij kreeg deken noch matras. Op 2 februari werd hij overgebracht naar het ziekenhuis, waar hij stierf op de achtste van dezelfde maand. Op 14 mei, tijdens een persconferentie, verklaarde zijn moeder Takbar dat de artsen weigerden een schriftelijke verklaring te geven en dat de Marokkaanse autoriteiten € 90.000 boden aan de familie om te zwijgen.

De Marokkaanse kolonisten die de zoon van mevrouw Takbar hebben gedood zijn niet gearresteerd. Zij vallen haar nog steeds lastig. Haar huis wordt regelmatig bekogeld en haar bezittingen zijn niet veilig. Dit gebeurt zonder dat de Marokkaanse autoriteiten ingrijpen. Door mevrouw Takbar wordt het kolonistengeweld beschouwd als een poging het verzet van Saharaanse burgers tegen de bezetting van West-Sahara te breken.

Mevrouw Takbar is in hongerstaking gegaan en blijft herhalen dat zij bereid is om te sterven zolang er geen recht wordt gedaan aan haar zoon, er geen eind komt aan de Marokkaanse intimidaties en het gezin niet de beschikking krijgt over het stoffelijk overschot van haar zoon, zodat hij fatsoenlijk begraven kan worden.

Op terugreis naar de Canarische Eilanden is zij haar hongerstaking begonnen, nadat zij, daartoe uitgenodigd, op 21 mei haar situatie aan het Europees Parlement had uitgelegd. Er is tot nu toe geen enkele reactie gekomen van de Marokkaanse autoriteiten.

We zouden u, premier Rutte, uitermate dankbaar zijn, als u deze brief onder de aandacht zou willen brengen van het parlement, zodat Nederland eensgezind bij de Marokkaanse autoriteiten kan aandringen op ten eerste het instellen van een neutraal en onpartijdig onderzoek naar de waarheid over de omstandigheden van de dood van Mohamed Lamin Haidala, en ten tweede op het onvoorwaardelijk vrijgeven van het stoffelijk overschot, zodat een begin kan worden gemaakt met de rouwverwerking.

Geachte heer Rutte, de tijd dringt in dit menselijk drama en wij hopen dat u uw grote invloed kan aanwenden om tot een oplossing te komen.

We hopen spoedig van u te horen,


Hoogachtend,


Frank Willems, Den Haag
Adriano Destilo, Den Haag
Cathelijne Dommerholt, Den Haag
Robert Schmidt, Den Haag
Leo Belinfante, Den Haag
Harrie Kampf, Den Haag
Peter Tolenaars, Den Haag
Meta van der Knijff, Den Haag
Sdiga Settaf, Den Haag
Rob Bleijerveld, Den Haag
Frank Gunning, Amsterdam
ir. G.L.J. Beenker, Amsterdam

Postbus 18592
2502 EN Den Haag



<< Ga terug


  • Wie zijn wij?
  • Over deze website
  • Sitemap